Handhaving onder Wet DBA uitgesteld naar 2018

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft inmiddels zijn tweede voortgangsrapportage van de Wet DBA naar de Tweede Kamer verstuurd. Daarin staat dat de handhaving op de wet DBA wordt opgeschort tot 1 januari 2018. Dit betekent dat zzp’ers en opdrachtgevers tot die tijd en over die periode geen boete of naheffing krijgen.

Wiebes kondigt verder aan dat er in de periode tot 1 januari 2018 wordt onderzocht of en hoe de begrippen ‘vervanging’ en ‘gezagsverhouding’ beter kunnen aansluiten bij de praktijk. Op dit moment is er volgens Wiebes veel onrust en onzekerheid bij opdrachtgevers en opdrachtnemers over de wet DBA: ‘Opdrachtgevers zijn huiverig zzp’ers in te huren en zzp’ers zijn bang hun opdrachten kwijt te raken.’ Staatssecretaris Wiebes wil de onzekerheid over de Wet DBA snel zoveel mogelijk worden wegnemen. Daarom is de handhaving opgeschort tot de knelpunten zijn opgelost.

Implementatietermijn

In ieder geval zal er tot 1 januari 2018 niet worden gehandhaafd en wordt de implementatietermijn verlengd. In de implementatietermijn die liep tot 1 mei 2017 was wel sprake van een inspanningsverplichting opgenomen voor opdrachtgever en opdrachtnemer. Het is nog onduidelijk hoe die inspanningsverplichting zich verhoudt tot de verlenging tot 1 januari 2018.

Wat betekent dit voor de zzp’ers en werkgevers?

De Belastingdienst zal dit jaar en komend jaar geen boetes uitdelen of naheffingen opleggen als er ongewild fouten zijn gemaakt in de modelovereenkomsten. “Met een uitzondering voor de echte kwaadwilligen”, zegt Wiebes. Dat zijn volgens Wiebes zzp’ers en opdrachtgevers die duidelijk een werkgevers-werknemersrelatie hebben en waarbij er dus geen sprake is van zelfstandig ondernemen.

En nu?

De groep ‘kwaadwilligen’ wordt niet helder gedefinieerd. Er zijn behoorlijk wat zzp’ers en opdrachtgevers die jarenlang in een situatie hebben gewerkt die sterk neigt naar het ontstaan van een loondienstverband. Het tegengaan van deze ‘schijnconstructies’ is juist de reden geweest voor het invoeren van de Wet DBA. Als de opdrachtgever en opdrachtnemer een schijnconstructie in stand houden in afwachting op mogelijke aanpassingen in de wet per 1 januari 2018, is er dan sprake van een ‘kwaadwillige’, waar Wiebes aan refereert? Vanwege deze onduidelijkheid is het voor de bewijsvoering zinvol om afspraken op schrift overeen te komen, waarin de intentie van partijen en de wijze waarop de samenwerking wordt ingevuld wordt vastgelegd.

Uitstel van handhaving in het kader van de Wet DBA doet niets af aan het belang van schriftelijke afspraken! In algemene zin is het voor opdrachtgever en opdrachtnemer te adviseren om contractuele afspraken te maken over (tussentijdse) beëindiging van de overeenkomst, aansprakelijkheid der partijen, een verplichting om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering te sluiten, afspraken te maken over geheimhouding of een relatiebeding, betaling(stermijnen) en mogelijk afspraken over intellectueel eigendom. Zonder afspraken op schrift, blijft het in de praktijk lastig om bij conflicten weg te blijven van een welles- nietes discussie.

Bron artikel: www.auxiliumadviesgroep.nl

No Comments Yet.

Leave a Comment

Message